Kies de juiste kleding
In de bergen hebben we vaak te maken met sterk wisselende weersomstandigheden. Tijdens een weekje wintersport kan het de ene dag zonnig en relatief warm zijn, de andere dag voelt het door een sterke wind extreem koud aan en weer een andere dag sneeuwt het.
Om toch optimale bescherming en comfort onder de verschillende omstandigheden te garanderen is het 3-lagensysteem ontwikkeld.
Onderstaande meer informatie over het 3-lagensysteem .
3-Lagen systeem
Het 3-lagensysteem is gebaseerd op het gebruik van drie verschillende kledinglagen:
• 1e laag: functionele onderkleding
• 2e laag: isolerende tussenlaag
• 3e laag: beschermende buitenlaag
De drie lagen hebben ieder hun specifieke eigenschappen. Het is daardoor mogelijk om de lagen af te stemmen op specifieke omstandigheden. Afhankelijk van de omstandigheden worden bijvoorbeeld alle lagen gedragen of worden er één of twee lagen weggelaten.
1. Eerste laag: onderkleding
Doel: Vochtregulering
Tijdens het skiën of snowboarden produceert het lichaam warmte. Wanneer de warmte niet of niet snel genoeg wordt afgevoerd, ontstaat er transpiratie. Om te voorkomen dat het lichaam bijvoorbeeld in een open stoeltjeslift te snel afkoelt, is het belangrijk dat het lichaam droog blijft (een natte huid koelt veel sneller af dan een droge huid). Functionele onderkleding moet dan ook goed ventileren en een snelle afvoer van transpiratievocht mogelijk maken.
Werking
De vochtregulerende werking van technisch ondergoed is gebaseerd op de vochtopzuigende en vochtafstotende eigenschappen van sommige materialen. De vochtopzuigende binnenzijde van het ondergoed zorgt voor snelle opname van transpiratie, terwijl vochtafstotende eigenschappen het vocht als het ware naar de volgende laag duwen. De fijnmazige structuur van de buitenzijde van het ondergoed zorgt er vervolgens voor dat het vocht over een zo groot mogelijk oppervlak wordt verspreidt waardoor extreem snelle verdamping mogelijk is. Dus
• Transpiratie op de huid
• Textiel neemt vocht op en transporteert vocht naar volgende laag (buitenzijde)
• Vocht wordt verspreidt over groter oppervlak
• Makkelijke verdamping van transpiratievocht
Om een optimale afvoer van transpiratievocht te bevorderen, is het belangrijk dat functioneel ondergoed goed op het lichaam aansluit.
2. Tweede laag: (fleece)truien
Doel: warmteregulering / afvoer van transpiratievocht uit de eerste laag
De tweede (tussen)laag in het 3-lagensysteem heeft twee belangrijke taken:
• Het lichaam comfortabel warm houden
• Transpiratievocht uit de 1e laag afvoeren
Warmteregulatie
De tweede laag moet het lichaam behoeden voor afkoeling door de lichaamswarmte vast houden. Maar tegelijkertijd moet het bij intensieve activiteiten zorgen voor voldoende afvoer van overtollige lichaamswarmte.
Transpiratievocht uit de 1e laag afvoeren
Overtollige lichaamswarmte en transpiratie moeten zo snel mogelijk naar de buitenste laag worden getransporteerd, zodat het daar kan verdampen. De materialen die in de tweede laag gebruikt worden, moeten dan ook beschikken over eigenschappen die warmte en vochttransport mogelijk maken.
Fleece is een perfect materiaal voor de 2e laag. Het heeft uitstekende isolerende eigenschappen maar is ook in staat om het transpiratievocht van de 1e laag over te nemen en verder naar buiten te transporteren.
Softshell
De laatste jaren wordt de term softshell steeds vaker gebruikt. Een softshell is eigenlijk een jack of shirt in de tweede laag die, door het gebruik van nieuwe technische materialen ook over extra beschermende eigenschappen beschikt. De nadruk van een softshell ligt weliswaar vooral op warmte- en vochtregulatie, maar een softshell is vaak ook waterafstotend en winddicht. Door het gebruik van elastische materialen is de bewegingsvrijheid van een softshell veel groter dan bij een normaal jack. Hierdoor is een softshell zeker onder droge omstandigheden een goed en comfortabel alternatief voor een jack.
3. Derde laag: jacks en broeken
Doel: bescherming
De buitenste kledinglaag moet bescherming bieden tegen weer en wind. De belangrijkste eigenschappen van de buitenste laag zijn dan ook:
• Waterdicht
• Winddicht
• Ademend
• Sneeuwdicht
Waterdicht
Een wintersportjack of -broek moet er voor zorgen dat je onder alle omstandigheden droog blijft. Ze moeten je dus beschermen tegen regen en (smeltende) sneeuw. Stoffen en materialen kunnen op twee verschillende manieren waterdicht worden gemaakt:
• Door middel van een coating
• Door middel van een membraan
Coating
Door de stof aan de binnen- of buitenzijde te coaten met een vloeibare kunststof wordt de stof waterdicht. In de betere jacks zit vaak een microporeuze coating waardoor dit soort materialen niet alleen waterdicht zijn, maar ook nog goed ademen.
Membraan
Een membraam is een flinterdun waterdicht en ademend materiaal wat tegen de buitenstof of voering verlijmd wordt (lamineren). Het ademende vermogen van een membraan is vaak hoger dan van een coating. Het bekendste voorbeeld hiervan is Gore Tex. Naast het gebruik van een waterdichte stof moeten ook de naden van een jack of broek volledig getapet zijn. In de duurdere jacks wordt vaak ook nog gebruik gemaakt van waterdichte ritsen.
Waterdichtheid en waterkolom
De mate van waterdichtheid wordt uitgedrukt in “mm‘s waterkolom”. Op het materiaal wordt een kolom gezet, die langzaam met water wordt gevuld. Naarmate er meer water in de kolom komt, wordt de waterdruk op het materiaal groter en uiteindelijk zal onder deze druk het materiaal gaan doorlekken. De waterkolom geeft aan hoeveel mm water er per cm2 op het doek kan staan (in een kolom) voordat het materiaal doorlekt. Hoe groter de kolom water, hoe beter het materiaal waterdicht is.
Over het algemeen worden materialen met een waterkolom vanaf 1000 mm als waterdicht aangemerkt. Sommige goedkopere materialen zijn volgens deze norm dan weliswaar waterdicht maar lekken toch onder relatief lichte druk al door (bijvoorbeeld door je lichaamsgewicht als je in een stoeltjeslift zit of door de druk van schouderbanden van je rugzak). Kies dus voor de zekerheid voor jacks en broeken met een hogere waterkolom!
Winddicht
Zeker in de bergen heeft de wind een sterke invloed op de temperatuursbeleving. -5 met veel wind, voelt veel kouder aan dan -5 zonder wind. Om afkoeling door wind te voorkomen, is het belangrijk dat een ski-jack goed winddicht is. In principe zijn alle waterdichte jacks ook winddicht.
Ademend
Tijdens intensieve activiteiten produceert het lichaam extra warmte. Als deze warmte onvoldoende wordt afgevoerd, ontstaat condensvorming aan bijvoorbeeld de binnenzijde van een jack. In een goedkoop waterdicht jack dat niet ademt wordt je dan alsnog via de binnenzijde nat. Het is daarom belangrijk dat een jack voldoende ademend vermogen heeft om de overtollige warmte af te voeren.
Naast de ademende werking van de stof worden veel wintersportjacks en -broeken uitgerust met extra ventilatiepanelen. Deze zijn door middel van een rits af te sluiten. Het ademende vermogen van veel jacks berust op het feit dat warme lucht de neiging heeft om naar koude lucht te stromen (dus in dit geval van binnen naar buiten).
Sneeuwdicht
Met de term sneeuwdichtheid wordt meestal niet gedoeld op waterdichte of waterafstotende eigenschappen, maar op de mate waarin het kledingstuk bescherming biedt tegen het binnendringen van losse sneeuw (die vervolgens door de lichaamstemperatuur zou gaan smelten). De betere ski-jacks hebben om die reden meestal extra functionaliteiten zoals sneeuwvangers en elastische binnenmanchetten.





